Signaleren, en dan?

Kijk voor meer achtergrondinformatie over de diverse stappen op www.meldcode.nl en vraag binnen uw eigen organisatie naar het protocol meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Hoe gebruik je de Signalenkaart?

De signalenkaart is een praktisch hulpmiddel voor professionals die signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling willen herkennen én bespreekbaar maken. De kaart helpt je om breed te blijven kijken: niet alleen naar één persoon of situatie, maar naar het geheel. Neem alle signalen serieus, ga uit van wat je waarneemt en bespreek je observaties met collega’s.

Let op: signalen zijn nooit een bewijs op zichzelf. Ze kunnen wijzen op geweld, maar dat hoeft niet. Blijf zorgvuldig en ga het gesprek aan – met een open houding en zonder oordeel. Geweld is vaak wederkerig: iemand kan zowel slachtoffer als pleger zijn. Kijk daarom goed naar de rollen die mensen vervullen; deze kunnen wisselen.

Je kunt de kaart digitaal invullen en opslaan als PDF. Deze PDF helpt je bij het doorlopen van de stappen van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

Gebruik de signalenkaart als startpunt voor verdere actie. Blijf alert, werk samen en handel zorgvuldig.

Tips bij het signaleren

  • Ga uit van wat je waarneemt: Wat zie je? Wat hoor je?
  • Stel open vragen: bijvoorbeeld “Hoe gaat het thuis?” of “Wat gebeurt er bij jullie als jullie ruzie hebben?”
  • Gebruik begrijpelijke taal: sluit aan bij de leefwereld van mensen, vermijd vakjargon.
  • Documenteer neutraal en feitelijk: beschrijf gedrag zonder oordeel, onderbouw uitspraken met feiten.
  • Werk samen: toets je observaties, blijf alert en handel zorgvuldig.

Signaleren, en dan?

Geweld in relaties speelt zich vaak in het verborgene af. Signalen zijn niet altijd zichtbaar of duidelijk te herkennen. Slachtoffers en plegers kunnen zich schamen of bang zijn voor de gevolgen, waardoor geweld verborgen blijft. Dit maakt het signaleren complex en vraagt om sensitiviteit, kennis en vaardigheden.

Professionals ervaren vaak handelingsverlegenheid: twijfel over de inschatting van de situatie, angst om het erger te maken, of gebrek aan vertrouwen in eigen kunnen. Signaleren begint vaak met vermoedens en is te vergelijken met het leggen van een puzzel. Kijk naar feiten, uitspraken, context en eigen emoties. Een simpele vraag als “Hoe gaat het thuis?” kan al veel losmaken.

Gebruik taal die aansluit bij de leefwereld van mensen en kinderen. Vermijd systeemtaal. Documenteer gedrag feitelijk en neutraal, en onderbouw beweringen met observaties. Onzorgvuldige rapportage kan schadelijk zijn voor het verdere hulpverleningstraject.

De vernieuwde signalenkaart (2025) helpt professionals om systematisch stil te staan bij wat zij hebben gezien, gehoord of gevoeld. Door waarnemingen te koppelen aan signalen en risicofactoren ontstaat een beter beeld van de situatie. De kaart is gekoppeld aan de Meldcode en leidt gebruikers stap voor stap door het afwegingskader: ga je zelf het gesprek aan, schakel je hulp in, of doe je een melding?

De signalenkaart biedt structuur, vermindert handelingsverlegenheid en vergroot de kans dat slachtoffers tijdig passende hulp krijgen. Het helpt je om niet alleen te kijken naar blauwe plekken of spanningsklachten, maar naar de mens achter het signaal – met diens unieke context en kwetsbaarheden.

Meldcode

De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een stappenplan dat jou helpt om zorgvuldig te handelen als je signalen van geweld ziet. Deze meldcode geldt voor alle professionals die werken met kinderen, jongeren of volwassenen in kwetsbare situaties. Het invullen van de signalenkaart is belangrijk, omdat je hiermee jouw observaties vastlegt en samen met collega’s kunt beoordelen wat er speelt. Zo voorkom je dat signalen worden genegeerd en draag je bij aan veiligheid en passende hulp.

Stap 1. In kaart brengen van signalen

Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast. Mogelijk zijn er zaken die niet op de signalenkaart vernoemd zijn, maar die wel zorgen baren. Wij adviseren je terughoudend te zijn met signalen die je niet zelf hebt waargenomen en waar mogelijk deze personen te stimuleren zelf de stappen van de meldcode te zetten of contact op te nemen met Veilig Thuis.

Kindcheck

De kindcheck is aan de orde als een volwassen of adolescente cliënt in een (medische) situatie verkeert die minderjarige kinderen (ernstige) schade kan veroorzaken. De kindcheck houdt in dat je je bij bepaalde groepen volwassenen nagaat of zij voor minderjarige kinderen zorgen en of kinderen daar veilig opgroeien. Denk bijvoorbeeld aan cliënten met ernstige psychische problemen, drugs- of alcoholverslaving of met een gewelddadige partner. Ga bij deze groepen cliënten ook na of zij zwanger zijn. En bij adolescente cliënten met dergelijke problemen ga je na of zij minderjarige broers of zussen hebben met wie zij in een huis wonen.

Bij een positieve kindcheck volg je de stappen van de meldcode. Is er geen reden tot zorg, dan sluit je af en noteer je dat in het dossier.

Mantelzorgcheck

De mantelzorgcheck is aan de orde wanneer een patiënt of cliënt afhankelijk is van mantelzorg, of wanneer een professional signalen krijgt dat de mantelzorger overbelast is of dat er sprake kan zijn van ontspoorde mantelzorg. De check maakt onderdeel uit van Stap 1 van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en is verplicht voor professionals in de zorg en het onderwijs.

De mantelzorgcheck houdt in dat je bij volwassen patiënten nagaat of zij mantelzorg ontvangen of verlenen, en of er risico’s bestaan voor de veiligheid of het welzijn van één van beiden. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke zorg, maar ook om emotionele en sociale ondersteuning. Je brengt de situatie in kaart: wie verleent de zorg, hoe intensief is die, en hoe ervaart de mantelzorger de belasting?

Bij een positieve mantelzorgcheck volg je de stappen van de meldcode. Is er geen reden tot zorg, dan sluit je af en noteer je dat in het dossier.

Stap 2. Collegiale consultatie

Bespreek de signalen met een deskundige collega of in een teamoverleg. Vraag zo nodig ook advies aan Veilig Thuis. Leg de uitkomsten van de collegiale consultatie en/of het gegeven advies vast in het cliëntdossier.

Voor de professionals in de gezondheidszorg geldt dat het verplicht is om anoniem advies te vragen aan één of meerdere collega’s. Deze verplichting geld ook voor het anoniem advies inwinnen bij Veilig Thuis. Meer hierover vind je op: KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld.

Stap 3. Gesprek met de cliënt

Het doen van een melding zonder dat de signalen zijn besproken met betrokkenen, is alleen mogelijk als:

  • Er concrete aanwijzingen zijn dat de veiligheid van de cliënt, die van jezelf, of die van een ander in het geding is, of zou kunnen zijn;
  • Als je goede redenen hebt om te veronderstellen dat de cliënt door dit gesprek het contact met jou zal verbreken en dat de cliënt daardoor niet voldoende meer kan worden beschermd tegen het geweld.

Let op: bij eergerelateerd geweld of bij intieme terreur is het nooit verstandig om met de vermoedelijke pleger in gesprek te gaan. Ga in deze gevallen altijd alleen met het slachtoffer in gesprek. En regel adequate bescherming voor het slachtoffer alvorens je contact opneemt met de pleger(s).  

Als de situatie voor iedereen veilig is, bespreek dan de zorgen en signalen met betrokkenen. Heb je ondersteuning nodig bij het voorbereiden of het voeren van het gesprek, raadpleeg dan een deskundige collega en/of Veilig Thuis.

  • Leg het doel uit van het gesprek;
  • Beschrijf de feiten die je hebt vastgesteld en de waarnemingen die je hebt gedaan;
  • Nodig de cliënt uit om een reactie hierop te geven;
  • Kom pas na deze reactie zo nodig met een interpretatie van hetgeen je hebt gezien, gehoord en waargenomen.

Stap 4. Weeg de aard en de ernst van het huiselijk geweld en kindermishandeling

Weeg op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de betrokkene het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. Weeg eveneens de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Kijk of er sprake is van acute onveiligheid of structurele onveiligheid.

Maak bij het inschatten van het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling gebruik van een risicotaxatie-instrument als een dergelijk instrument binnen jouw organisatie of praktijk beschikbaar is. Raadpleeg in geval van twijfel altijd (opnieuw) Veilig Thuis. Zij bieden ondersteuning bij het wegen van het geweld en van de risico’s op schade en zij kunnen adviseren over vervolgstappen.

Stap 5. Beslissen: zelf hulp organiseren en melden

Is er sprake van acute en/of structurele onveiligheid, dan meld je altijd bij Veilig Thuis.

Meen je, op basis van de afweging in stap 4, dat jij de betrokkene en diens gezin redelijkerwijs voldoende met jouw hulp en ondersteuning tegen het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling kunt beschermen, dan geef je direct bij Veilig Thuis aan dat je deze hulp kunt bieden. Je volgt nauwlettend de effecten van jouw hulp. Je meldt opnieuw bij Veilig Thuis als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint ondanks jouw hulp en ondersteuning.

Kun je de betrokkene niet voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling beschermen of twijfel je eraan of je voldoende bescherming hiertegen kunt bieden:

  • Informeer de betrokkene dat je contact opneemt met Veilig Thuis;
  • Meld jouw vermoedens bij Veilig Thuis;
  • Sluit bij je melding zoveel mogelijk aan bij feiten en gebeurtenissen en geef duidelijk aan indien de informatie die je meldt (ook) van anderen afkomstig is;
  • Overleg bij jouw melding met Veilig thuis wat jij na de melding, binnen de grenzen van gebruikelijke werkzaamheden, zelf nog kunt doen om betrokkenen en zijn gezinsleden tegen het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling te beschermen.

Is er geen sprake van acute en/of structurele onveiligheid, dan hoef je geen melding te doen bij Veilig Thuis. Wel bespreek je welke hulp en ondersteuning je kunt bieden of naar welke organisatie je kunt doorverwijzen.

Hoe gebruik je de signalenkaart
We leggen je in een aantal korte stappen uit hoe je de signalenkaart gebruikt.
Privacy
Je kunt bij een casus de signalen en factoren invullen. Dit kan geheel anoniem, we slaan je gegevens niet op.

Wat je ingevuld hebt, kun je aan het eind van de kaart afdrukken in een PDF. Die kun je verder invullen aan de hand van de Meldcode en opslaan op je eigen computer. Zo heb je direct alle informatie bij de hand. Je kunt op elk moment de ingevulde signalen resetten, gebruik hiervoor de button 'Start opnieuw' rechtsboven.
Start
Kies een kaart.
Vul de signalen in
Vul per doelgroep de signalen in.
Risico- en beschermingsfactoren
Vul vervolgens de risico- en beschermingsfactoren in.
Aandachtsgebieden
Na het invullen van de signalenkaarten, kun je selecteren welke aandachtsgebieden van toepassing zijn.
Aandachtsgebieden uitleg
Vervolgens krijg je de uitleg van de aandachtsgebieden die je hebt geselecteerd. Daarnaast komen de hiervoor specifieke signalen en tips in beeld die geselecteerd kunnen worden.
Opslaan en aanvullen
De signalen en risicofactoren die je hebt aangevinkt, kun je nu opslaan in een PDF-formulier dat je, als je dit hebt opgeslagen op je computer, kunt aanvullen met extra informatie. De informatie wordt dan weer gewist uit deze applicatie. Mogelijk zijn er, ter aanvulling, nog specifieke problemen van toepassing in deze casus. In dat geval kun je de andere signalenkaarten raadplegen; de signalen worden dan niet gewist uit de andere kaarten. Kies dan rechtsboven voor 'Terug naar start'

Zo niet, dan kun je kiezen voor opslaan als PDF om het bestand te ontvangen.
Opnieuw starten
Je kunt op elk moment je selectie resetten door rechtsboven de knop 'Start opnieuw' te kiezen.




Mocht je de website sluiten dan wordt je selectie automatisch na 12 uur gewist. Mocht je de website binnen 12 uur opnieuw bezoeken dan is je selectie nog actief.
Let op
Signalen zijn nooit een bewijs op zichzelf. Ze kunnen wijzen op geweld, maar dat hoeft niet. Blijf zorgvuldig en ga het gesprek aan – met een open houding en zonder oordeel. Geweld is vaak wederkerig: iemand kan zowel slachtoffer als pleger zijn. Kijk daarom goed naar de rollen die mensen vervullen; deze kunnen wisselen.

Heb je vragen over de kaart of wil je meer informatie of een training aanvragen? Kijk dan op www.kadera.nl